Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 
 

Merken in Europese Unie

Het Europese merkenbureau is op 1 april 1996 met zijn werkzaamheden aangevangen.

Territorium
Het territorium omvat de volgende landen: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken (zonder Groenland en Faroe eilanden), Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk (met slechts enkele departementen overzee), Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland (zonder Caribisch Nederland), Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk (zonder Guernsey en enkele andere dependencies) en Zweden.

Nieuw toegetreden landen bieden vanaf de toetreding bescherming aan EU merken, maar het is raadzaam senioriteiten te laten registreren.

Senioriteit
Het is mogelijk in een nieuw Europees depot te verwijzen naar voorafgaande inschrijvingen in de Lid-Staten. Die nationale depots kunnen dan vervallen wat besparingen oplevert.

Voor- en nadelen
Het voordeel is dat in één depot een groot territorium bestreken wordt voor een relatief laag tarief en dat gebruik in slechts een deel van de Europese Unie het recht onderhoudt in de gehele Unie. Voorts bestaat er een goedkope oppositiemogelijkheid. Omdat de normen bij EUIPO soms lager liggen dan in de Lid-Staten is het mogelijk een inschrijving te verwerven die op nationaal niveau niet mogelijk bleek. 
Het nadeel is, dat als het merk bij een oppositie of doorhaling voor één Lid-Staat geweigerd wordt het gehele depot ongeldig wordt. Convertering in nationale depots (eventueel een internationaal depot) is dan mogelijk voor de overige van belang zijnde landen, maar dat vergt verdere uitgaven.

Opposities
Voor Europese Uniemerken zijn oppositieprocedures mogelijk op grond van oudere rechten. De kosten daarvan zijn een fractie van de kosten van een rechtbankprocedure. Niet alle geschillen lenen zich hier even goed voor, maar in het algemeen verdient een oppositie de voorkeur. Deze kan echter slechts worden ingesteld binnen korte tijd na de publicatie van een merk. Belangrijk is dat de inschrijvingen waarop een beroep wordt gedaan in orde zijn (juiste tenaamstelling en adressering) en dat voldoende bewijs van gebruik aanwezig is, waaruit blijkt dat merken ouder dan 5 jaar normaal gebruikt zijn. Ontbreekt dat bewijs dan kan de deposant de vervallenverklaring van de inschrijvingen van de opposant vorderen en wordt in ieder geval de oppositie van de hand gewezen.

Nietigverklaring
De mogelijkheid bestaat tot een "administratieve nietigverklaring". Deze kan zowel de hele inschrijving omvatten als een deel van de waren waar de inschrijving voor geldt. Nietigverklaring kan worden gevraagd op grond van oudere rechten voor (een deel van) de warenlijst. Deze mogelijkheid is vooral van belang voor een merkhouder die niet tijdig opponeerde. Ook hierbij dient rekening te worden gehouden met het bewijzen van gebruik als de merken waarop de procedure gebaseerd worden ouder zijn dan 5 jaar.

Duur
Een inschrijving geldt voor 10 jaar vanaf de depotdatum. Vernieuwing voor verdere perioden van 10 jaar kan verzocht worden binnen de laatste 6 maanden van de looptijd, alsmede (tegen betaling van extra taksen) gedurende 6 maanden na het verstrijken van de looptijd.

 
 
Webdesign: Studio Reload